‘Artsen moeten activistischer worden’ staat in de krant. Niet zo heel gek, ze krijgen al die mensen op hun spreekuur die een leven lang hun best gedaan hebben om niet gezond te blijven, en de huisarts moet dan, ten langen leste, met een kuurtje van het een of ander de boel weer opknappen. Dat lukt niet goed, kost veel geld en levert veel chagrijn. Te laat voor preventie en genezing lukt ook niet meer. Daar mogen ze wel eens meer een vuist tegen maken, met het gezag dat zij als arts hebben. Schrijft de krant.

Ik stond eigenlijk op het punt te twitteren dat ik ieder, en vooral ons dierenartsen, juist iets minder activisme toewenste. En iets meer realistisch idealisme. De twijfel sloeg toe. Wat is er eigenlijk mis met activisme? Met strijden voor je idealen? Dat is hartstikke mooi. Waarom zou ik juist ons dierenartsen daarvan minder toe willen wensen? Wat ik zelf realiteitszin noem, zou dat voor anderen soms ‘behoudendheid’ zijn? Zou dat verkeerd zijn?
Verwarring, zo aan het begin van het nieuwe jaar. Maar ik ben er uit. In reactie op het stuk in de krant schreef een huisarts: ’wij krijgen niet alle problemen opgelost in de spreekkamer.
 
Er is maar een deel dat binnen onze invloedssfeer ligt.’ Wij dierenartsen kunnen ons inzetten voor goede diergeneeskunde. Voor de gezondheid en welzijn van mens en dier. Wanneer dat niet goed gaat, of wanneer door ons gewenste verbeteringen wellicht niet snel genoeg gaan, kunnen we dat signaleren en agenderen. We kunnen heel goed aangeven welke kant wij op willen. Daar kunnen en moeten we de juiste partijen bij halen en dan kunnen we, op een integrale manier, bijdragen aan hele mooie ontwikkelingen. Dát ligt binnen onze invloedssfeer. Op die manier kunnen we ons gezag als dierenarts aanwenden. Als dát activisme is, dan ben ik het helemaal eens met de dokters en de krant.

Activisme associeer ik echter ook met stellingname, rabiate meningen en overtuigingen die weinig ruimte laten voor de mening en de argumenten van de ander. De barricades op en de revolutie ontketenen. In dat soort activisme dreigde de discussie over dierenwelzijn in de veehouderij het afgelopen jaar te belanden. Daarvan wens ik ons dierenartsen minder. Temeer daar andere partijen de discussie kapen en wij, dierenartsen, plots speelbal kunnenzijn in een onoverzichtelijk krachtenveld. Buiten onze invloedssfeer. Over dierenwelzijn in de veehouderij hebben we de Tweede Kamercommissie Landbouw geïnformeerd een paar weken geleden. Vier dierenartsen, vertegenwoordigers van KNMvD, faculteit diergeneeskunde, CPD en Caring Vets, die samen spraken namens de beroepsgroep. Die samen ‘een deskundig, serieus en gedreven betoog hebben gegeven over de rol die dierenartsen spelen’, aldus een spontane externe recensent.

Dat activisme, dat gedreven betoog, noem ik realistisch idealisme. Ons gezag inzetten voor het goede. Voor de diergeneeskunde. Voor de gezondheid en welzijn van mens en dier. Met respect voor de tempoverschillen tussen wat we willen en wat er kan.

Ik wens allen in 2018 een mooi veterinair jaar, waarin ieder met plezier ons mooie vak kan uitoefenen, waar voldoende beloning tegenover staat en waarin wij ons gesteund voelen door een stevige veterinaire infrastructuur. Waarin de rol die dierenartsen spelen gezien wordt. Samen met alle bestuurders van de KNMvD, met de medewerkers op het bureau in Houten en met al die partijen waarmee onze vereniging samenwerkt, ga ik heel hard mijn best doen om daaraan bij te dragen.

 

Merel Langelaar